De letterkundige belangstelling van schilder en tekenaar Willem Hussem (Rotterdam, 1900 – Den Haag, 1974) onstond pas vrij laat. In de jaren kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij zich – na een een jarenlang verblijf in Frankrijk – definitief in Den Haag vestigde. Hussem is hier tot zijn dood blijven werken als beeldend kunstenaar. In De Posthoorn, stamcafé van menig Haags kunstenaar, maakte hij kennis met schrijvers als J.C. Bloem en Clara Eggink, Martinus Nijhoff, Adriaan Roland Holst en Simon Carmiggelt. Vooral door de vriendschap met Bloem kwam hij ertoe zelf gedichten te gaan schrijven. Als oudere onder de moderne dichters van de jaren vijftig nam hij een geheel eigen plaats in. Over het schrijven van zijn korte gedichten zei hij zelf eens: “zuiverheid van beeld, ontdaan van bijkomstigheden, daar komt het op aan”. Voor zijn literaire werk ontving hij in 1965 de Jan Campert-prijs. Het typerende Hussem gedicht in deze route is uitgezocht ter gelegenheid van de opening van het NIDO in Leeuwarden, het Nationaal Initiatief voor Duurzame Ontwikkeling.