18.
Piter Jelles Troelstra
Piter Jelles Troelstra (Leeuwarden, 1860 – Den Haag, 1930) zag zijn gymnasiumjaren (1880 – 1882) achteraf als een verloren tijd, maar de opleiding was vereist (na de hbs) omdat hij – tegen de wil van zijn vader – beslist rechten wilde studeren. De dichter en politicus werd in Leeuwarden geboren, maar woonde tijdens zijn jongensjaren in Stiens. Hier maakte hij zich ook de Friese taal eigen, waarover hij later in zijn memoires zou schrijven: “Dit was de taal, die mij tot zingen drong, mij door den klank en het rhytme harer geluiden en woorden inspireerde, voortstuwde; mij in staat stelde, uiting te geven aan wat er leefde in de natuur en het volk rondom mij”. Met dichten was Troelstra al vroeg begonnen. De in steen uitgebeitelde strofe komt uit het langere gedicht Ofskie uit de cyclus It âlde doarp. Troelstra schreef dit werk na een hernieuwde kennismaking met Friesland en een weer opvlammend dichterschap, in 1909. Hij was toen al jaren leider van de mede door hem opgerichte Sociaal Democratische Arbeiders Partij.

 
dichter_uitgelicht