4.
Pieter Boskma

titel: het hoogste lied

Het poëtische gevoel van Pieter Boskma (Leeuwarden, 1956) werd wakker geschud toen hij als jongetje van zestien de dichters Lucebert en Paul van Ostaijen las. Sinds zijn debuut in 1987 publiceerde deze Amstelfries (de term is van hemzelf) een groot aantal gedichtenbundels, waarin regelmatig zijn geboortestad en geboorteprovincie figureren. Tot zijn dertiende jaar, toen hij met zijn ouders verhuisde naar Heiloo, woonde Boskma in Leeuwarden. Pieter Boskma maakte in de jaren tachtig deel uit van de jonge dichtersgroep De Maximalen, die, onder leiding van Joost Zwagerman, het volle leven en de nodige lef terug wilde brengen in de poëzie. Werk van hem werd in het Fries vertaald door zijn stadgenoot Theun de Vries. Een voorlopig hoogtepunt in zijn werk vormt zijn omvangrijke episch gedicht, De aardse komedie – Een romangedicht. In dit dichtwerk van bijna driehonderd bladzijden wisselt hij een lyrische en elegische toon af met een prozaïsche en vertelt hij een verhaal waarin zijn hoofdpersonen een louterende reis maken door het hiernúmaals.

 
dichter_uitgelicht