Nicolaas Matsier (pseudoniem van Tjit Reinsma, Krommenie, 1945) is in de eerste plaats bekend als prozaschrijver. Zijn grote doorbraak kwam met de autobiografische roman
Gesloten huis (1994). Hierin beschrijft hij met grote precisie de confrontatie met zijn gereformeerde jeugd en zijn ouderlijk huis in Den Haag aan de hand van allerlei voorwerpen die hij tegenkomt bij het opruimen van het huis van zijn ouders na hun dood. In
De bijbel volgens Matsier (2003) doet hij op een enthousiaste manier verslag van het met groot plezier herlezen van een aantal boeken uit het Oude Testament. Matsier schreef verder beschouwingen en columns voor verschillende kranten en publiceerde kinderboeken. Gedichten schrijft hij bij hoge uitzondering; ook al heeft hij altijd al “(...) de onrustige ambitie gehad om te dichten; poëzie is het hoogste, nietwaar. Nog altijd zou ik graag eindigen als late debutant.” Matsier schrijft en verblijft geregeld in Friesland, bij Oosterlittens.