titel: groet aan Leeuwarden
Kees ’t Hart (De Haag, 1944) woonde tot zijn terugkeer naar zijn geboorteplaats (najaar 2004) meer dan 25 jaar in de Friese hoofdstad. Na zijn prozadebuut in 1988 met de verhalenbundel
Vitrines, verschijnt bijna elk jaar wel een boek van zijn hand. Voor zijn roman
Zwembad (1992) stond het voormalige zwembad op het Jacob Catsplein, het Leeuwarder Overdekte, model. In 1998 kwam zijn eerste dichtbundel uit:
Kinderen die leren lezen. Eén van de opmerkelijkste gedichten hieruit is geïnspireerd door de Leeuwarder ijzerwarenwinkel van Auke Rauwerda. Eerder maakte hij over dit magazijn van de verbeelding een ‘wereldtentoonstelling’ in het Fries Museum en schreef er een toneelstuk over. Voor zijn poëzie kreeg hij in maart 2000 de eerste Ida Gerhardt Poëzie Prijs van de stad Zutphen uitgereikt Volgens de jury weet de dichter ‘het alledaagse en onzuivere te plaatsen in een bijzondere context, waardoor het banale een ogenblik boven zichzelf wordt uitgetild’. Een typering die zonder meer ook op zijn proza kan worden toegepast (lees bijvoorbeeld zijn roman
De Revue, waarvoor hij de Multatuliprijs kreeg, en zijn in dagboekvorm geschreven verslag van een seizoen lang, 2000 – 2001, meelopen met SC Heerenveen
Het mooiste leven ...). In 1997 kreeg hij de Piter Jelles priis van de gemeente Leeuwarden.