14.
Douwe Annes Tamminga

titel: Aed Levwerd

Voor Douwe Annes Tamminga (Winsum, 1909 – Leeuwarden, 2002) heeft het bezig zijn met literatuur altijd als de belangrijkste activiteit gegolden. Omdat het echter voor een Friestalig schrijver, net als trouwens voor de grote meerderheid van zijn Nederlandstalige collega’s, onmogelijk is van de pen te leven, zag Tamminga zich genoodzaakt achtereenvolgens de kost te verdienen als boerenknecht, timmerknecht, onderwijzer/leraar en wetenschappelijk medewerker bij de Fryske Akademy. Hier was hij één van de medesamenstellers van het Groot Fries Woordenboek. Tamminga geldt als één van de belangrijkste Friese dichters van de twintigste eeuw. Zijn enorme woordkunstenaarschap komt naar voren vanaf zijn eerste gedichten – in 1938 gebundeld in Brandaris – en in zijn vertaalwerk. De beroemdste Leeuwarder vrouw, Mata Hari, staat centraal in één van de vele door hem geschreven balladen. Over de dramatische bouwgeschiedenis van de Leeuwarder Oldehove schreef hij een roman: De boumaster fan de Aldehou (1985). Hiervoor kreeg hij in 1986 de Piter Jelles-priis van de stad Leeuwarden, waar hij sinds 1990 ook woonde.

 
dichter_uitgelicht