titel: schaatsenrijders
Eén van de grootste poëtische klassieken in de naoorlogse literatuur werd geschreven in het Friese Terband, tijdens de hongerwinter van 1944-1945. De dichter Bertus Aafjes (Amsterdam, 1914 Swolgen, 1993) was toen ondergedoken in dit dorp bij dominee August Henkels. In dat veelgelezen epos, met de titel
Een voetreis naar Rome, deed Aafjes poëtisch verslag van een tocht die hij in 1936 had ondernomen van Amsterdam naar Rome, eerst op de fiets, maar later noodgedwongen voortgezet als voettocht. Kwam dit dichtwerk voor het eerst uit in 1946, in het laatste oorlogsjaar verschenen bij de clandestiene Molenpers zijn
Elf sonnetten op Friesland; het gedicht
Schaatsenrijders is er één van. De bundel verscheen als een hommage aan Friesland en zijn bewoners, ‘in het bijzonder aan hen die het mij door hun gastvrijheid mogelijk maakten in tijden als deze de Muze niet ontrouw te worden’. Bertus Aafjes schreef naast zijn poëzie een groot aantal novellen, verhalen, kinderboeken, schetsen en reisboeken, waarmee hij één van de belangrijkste vertegenwoordigers werd van de reisliteratuur in Nederland in de naoorlogse jaren.